De zeven hoofdzonden: Luiheid
 

Menu

 
Als er één van de zeven hoofdzonden is uitgevonden door de kerk, en niet door God, dan is het luiheid. Want luiheid was geen zonde, luiheid was dat wat ons afgenomen werd in het paradijs. Pas toen we begonnen te vragen naar de reden, pas toen we ons best deden om ook iets te worden en dus een appeltje plukten, toen werden we eruit geschopt en wat was onze straf? Nee, niet de dood, ook niet het feit dat we tegenwoordig allemaal moeten winkelen voor onze kleren (als iets vermoeiend is...), nee... onze straf was dat wij zouden werken in het zweet onzers aanschijns. Wij zouden nooit meer lui kunnen zijn.

Lui zijn is geen hoofdzonde. Luiheid is onze drang terug naar het paradijs. De één doet het via de duizenden vermoeiende pozes van de Kama Sutra, de ander kiest ervoor om gewoon op zijn bank te hangen. Dat laatste is meer mijn manier. Maar we zijn slecht gebouwd op luiheid. Onze maatschappij heeft het eigenlijk volledig uitgebannen. In al die dingen die ons het leven gemakkelijk moeten maken, is er nog niets uitgevonden dat gewoon zegt dat je niets moet doen en achterover hangen en naar het plafond staren. Nee, in al die vrijheid die het kapitalisme ons biedt, is het bijna verboden om niets te doen. Er is altijd wel wat te doen in de buurt en we doen ons best om onze agenda zo vol mogelijk te plannen met korte termijn bezoekjes, en lange termijn ambities.

Jazeker, luiheid is volledig uitgebannen in onze maatschappij, en het wordt ook zeker niet geaccepteerd. Werken zul je, sporten, computeren, spelen, fietsen, wandelen, vakantie vieren, zuipen, stoned worden. We zijn al zover van onze oorspronkelijke luiheid dat we ons doodongelukkig voelen als we even niets te doen hebben. Van alles wordt een efficiëntieschema gemaakt. Peuter op je vierde, leren schrijven op je zesde, op je twaalfde naar de middelbare school, en vergeet niet de sport en de muziekles, studeren in vier jaar, werken tot je 65ste en dan hopen dat je nog tijd hebt om rustig dood te gaan, want meestal doe je dat als je ineens onwel wordt van al die rust tijdens je pensioen.

Ondertussen leven we ons hele leven met het idee dat we nooit genoeg hebben gedaan. Steeds weer voelen wij een drang om iets te ondernemen, aanzien te verkrijgen, verhalen te vertellen. Iets gedaan te hebben. En eigenlijk is daar niets mis mee. Want zoals zo vaak is het de weg naar het doel, niet de uitkomst die bepaald of je iets hebt gedaan omdat je het zelf wilt, of omdat je het doet uit angst. Ook als je lui bent, kun je de aandrang krijgen om naar buiten te gaan, en de zon op je gezicht te voelen, maar dat is iets anders dan om twaalf uur met je strandtas in de auto te stappen omdat je bang bent om niet bruin te zijn, om iets van het strand te missen.

Ook ik heb er last van. Toen ik in Nepal zat, heb ik mij verbaasd over al die mensen die gewoon zaten. Zaten langs de kant van de weg, en precies genoeg deden om te overleven. Ze hoefden niet eens meer, ze waren over het algemeen tevreden met thee drinken en een beetje babbelen. Het duurt lang voor de Westerse om dat gevoel te krijgen. Het gevoel dat je niets moet, niet hoeft, en zeker nooit iets mist. Want zolang onze doelen niet vastgesteld zijn (waarheen, waarvoor, klinkt nogal altijd bij onze uiteindelijke rust) kan niemand mij vertellen dat ze zich uit het naadje werken met een doel. Een betere wereld begint niet perse bij harder werken. Misschien juist wel met een stapje terugdoen, en eens kijken waar we allemaal mee bezig zijn. Het kan maar zo zijn, dat wij met zijn allen wat teveel doen, en wat te weinig lui zijn. Daardoor lijkt elke tegenslag een terugslag, daarom moet alles verzekerd, voorkomen en vertrouwd zijn. We durven niet eens een stapje meer terug te doen, omdat alles dan in elkaar stort. Maar wat een verschil zou het zijn, als luiheid weer nummer één was, en werken nummer twee. Wat zou de wereld er anders uitzien als niet iedereen zijn eigen bewijsdrang zou volgen. Wat zou de wereld mooi zijn als iedereen lui was.